ECLI:NL:RBROT:2023:4775
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-waardebeschikkingen ondanks instandhouding rechtsgevolgen en toekenning schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaken zijn de WOZ-waardes van twee bovenwoningen vastgesteld op respectievelijk €103.000 en €158.000 voor het belastingjaar 2021. Eiser betwist deze waardes en stelt lagere waarden voor. De rechtbank beoordeelt de waardebepaling gezamenlijk, waarbij verweerder een taxatierapport en waardematrix overlegt.
Aanvankelijk blijkt uit het taxatierapport onvoldoende inzicht in de correcties voor verschillen tussen de onroerende zaken en vergelijkingsobjecten. Pas tijdens de zitting overlegt verweerder de correctiepercentages en corrigeert twee VLOK-factoren, waardoor de rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke motivering onvoldoende was en vernietigt de bestreden besluiten.
Desondanks acht de rechtbank de uiteindelijke waardebepaling aannemelijk en laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, en worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waardebeschikkingen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiser ontvangt een schadevergoeding van €500.