ECLI:NL:RBROT:2023:4855
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking aan verkoop en levering van gezamenlijke woning
Partijen zijn sinds 2012 gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van hun affectieve relatie in 2015 bleef eiser met zijn nieuwe partner in de woning wonen, waarna gedaagde in april 2023 de woning betrok. Eiser kan het aandeel van gedaagde niet overnemen en gedaagde beschikt niet over de financiële middelen om het aandeel van eiser te kopen. Er is een verkoopopdracht verstrekt en een bod van €260.000 ontvangen, dat gedaagde niet accepteerde.
Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, waaronder het verlenen van toegang, het plaatsen van een verkoopbord, meewerken aan open dagen en het ondertekenen van verkoopdocumenten. Gedaagde wenst tot het einde van het jaar in de woning te blijven vanwege persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet langer in onverdeeldheid wil blijven en dat verkoop aan een derde aannemelijk is. Gezien de financiële situatie kan van eiser niet worden verlangd langer dubbele lasten te dragen. De vordering tot medewerking wordt daarom toegewezen met een dwangsom van €250 per overtreding tot maximaal €10.000. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van de woning met dwangsom bij niet-naleving.