ECLI:NL:RBROT:2023:4897
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen weigering export Wajonguitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn Wajonguitkering niet naar het buitenland te exporteren. Het bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna verzoeker beroep instelde. Vervolgens besloot het UWV het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verzoeker handhaafde zijn beroep tegen deze beslissing en diende gronden in. Uiteindelijk trok verzoeker het beroep in, met het verzoek om een proceskostenveroordeling tegen het UWV.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Gezien het feit dat het beroep tegen het eerste bestreden besluit terecht was ingesteld, werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 837,-, gebaseerd op de puntenwaardering voor de bijstand door een gemachtigde en het indienen van het beroepschrift.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden, en dat verzoeker zich hiervoor tot het UWV moet wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Haan en griffier H. Sabanovic op 14 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van € 837,- aan proceskosten na intrekking van het beroep door verzoeker.