ECLI:NL:RBROT:2023:5001

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 januari 2023
Publicatiedatum
15 juni 2023
Zaaknummer
C/10/650981 HO RK 23/22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 372 FwArt. 376 FwArt. 379 FwArt. 380 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking aanstelling observator in besloten akkoordprocedure WHOA

De besloten vennootschap [verzoekster], aan het hoofd van de [groepsnaam], is een besloten akkoordprocedure gestart buiten faillissement met een verzoek tot afkondiging van een (groeps)afkoelingsperiode. De rechtbank Rotterdam heeft op 3 januari 2023 een tijdelijke (groeps)afkoelingsperiode afgekondigd en de mondelinge behandeling gepland op 17 januari 2023.

Coöperatieve Rabobank U.A. heeft een verzoek ingediend tot aanstelling van een observator op grond van artikel 376 lid 9 Fw Pro juncto 380 lid 1 Fw, uit zorg over de objectiviteit en transparantie van het bestuur in het herstructureringsproces, met name rondom de verkoop van een groepsvennootschap. [Verzoekster] en overige belanghebbenden verzetten zich niet tegen het verzoek, maar uitten zorgen over mogelijke vertraging.

De rechtbank oordeelt dat het belang van de gezamenlijke schuldeisers bepalend is en dat het behoud van continuïteit en het slagen van het akkoord voorop staan. Ondanks het krappe tijdsbestek is aanstelling van een observator gerechtvaardigd. De rechtbank stelt mr. J.J. van Hees aan als observator, legt hem op binnen een week een begroting van kosten te maken en bepaalt dat de kosten voor rekening van [verzoekster] komen, die hiervoor zekerheid moet stellen. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Verzoek tot aanstelling van een observator wordt toegewezen en mr. J.J. van Hees wordt benoemd als observator.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer
Beschikking aanstellen observator
zaak/rekestnummer: C/10/650981 HO RK 23/22
uitspraakdatum: 18 januari 2023
In de besloten akkoordprocedure betreffende:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaten: mrs. B.W.G. van der Velden en S.R.F. Aarts, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] (hierna: [verzoekster] ), welke vennootschap aan het hoofd van de [groepsnaam] staat, heeft op 2 januari 2023 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro ter griffie gedeponeerd.
1.2.
[verzoekster] heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
1.3.
Eveneens op 2 januari 2023 heeft [verzoekster] ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het afkondigen van een (groeps)afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw Pro jo artikel 372 Fw Pro.
1.4.
De rechtbank heeft in de tussenbeschikking van 3 januari 2023 bij wijze van tijdelijke voorziening ten aanzien van de belanghebbenden ABN AMRO Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A., Commerzbank Aktiengesellschaft, DBS Bank Limited, Deutsche Bank AG, ING Bank N.V., Lloyds Bank plc, National Westminster Bank plc en Liberty Mutual Insurance Europe SE een (groeps)afkoelingsperiode afgekondigd voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek tot het afkondigen van een (groeps)afkoelingsperiode is beslist en de rechtbank heeft de datum voor de (online) mondelinge behandeling van het verzoekschrift bepaald op 17 januari 2023.
1.5.
Nadien heeft [verzoekster] aanvullende verzoeken gedaan. Coöperatieve Rabobank U.A. heeft onder meer een verzoek tot het aanstellen van een observator ingediend. Belanghebbenden bij de verzoeken hebben van hun kant zienswijzen ingediend.
1.6.
Een en ander is op 17 januari 2023 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. [verzoekster] en haar raadsleden alsmede ABN AMRO Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A., Commerzbank Aktiengesellschaft, DBS Bank Limited, Deutsche Bank AG, ING Bank N.V., Liberty Mutual Insurance Europe SE en hun raadslieden zijn, door middel van een video-verbinding, in raadkamer gehoord. Lloyds Bank plc en National Westminster Bank plc zijn voor de zitting opgeroepen maar niet verschenen.
1.7.
De uitspraak ten aanzien van het verzoek om aanstelling van een observator is bepaald op heden.

2.Het verzoek en de zienswijze van belanghebbenden

2.1.
Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: Rabobank) doet een verzoek tot het aanstellen van een observator ex artikel 376 lid 9 Fw Pro jo 380 lid 1 Fw voor de duur van de WHOA-procedure. Rabobank is bezorgd over de gang van zaken in de herstructurering van de [groepsnaam] . Rabobank heeft zorgen over de objectiviteit en onafhankelijkheid van het bestuur in het proces rondom de verkoop van [naam vennootschap] en de transparantie in het herstructureringsproces en Rabobank vreest dat zij in het kader van het WHOA-traject betrokken raakt bij een mogelijk paulianeus samenstel van rechtshandelingen. Het is in het belang van alle schuldeisers dat een observator wordt aangesteld, aldus Rabobank.
2.2.
[verzoekster] en de (overige) belanghebbenden verzetten zich niet tegen het verzoek van Rabobank. [verzoekster] en de ter zitting verschenen (overige) belanghebbenden vinden het echter niet nodig een observator aan te stellen. Zij hebben nadrukkelijk hun zorg geuit dat de aanstelling van een observator leidt tot vertraging in het WHOA-traject, terwijl de tijd om tot een akkoord te komen en insolventies af te wenden beperkt is.

3.De beoordeling

Rechtsmacht en besloten procedure
3.1.
De rechtbank heeft in haar beschikking van 3 januari 2023 vastgesteld dat sprake is van een besloten akkoordprocedure en dat zij bevoegd is van de in het kader van de akkoordprocedure gedane verzoeken kennis te nemen.
Observator
3.2.
Voor het antwoord op de vraag of een voorziening als bedoeld in artikel 379 Fw Pro juncto 380 Fw dient te worden getroffen, is het belang van de gezamenlijke schuldeisers bepalend. Dit belang is in beginsel gediend met het behoud van de continuïteit van de onderneming van de schuldenaar en het slagen van de herstructurering door het akkoord. Niet in geschil is dat [verzoekster] bezig is met het voorbereiden van een dergelijk akkoord als bedoeld in Titel IV afdeling 2 Fw.
3.3.
De rechtbank zal het verzoek tot aanstelling van een observator toewijzen. Rabobank heeft haar verzoek voldoende onderbouwd. [verzoekster] en de (overige) belanghebbenden voeren geen verweer. De rechtbank neemt er nota van dat de observator voortvarend zal moeten handelen. Het door verzoekster geschetste krappe tijdbestek doet er echter niet aan af dat aanleiding bestaat een observator aan te stellen die met het oog op de belangen van de gezamenlijke schuldeisers toezicht houdt op de totstandkoming van het akkoord.

4.De beslissing

De rechtbank:
- stelt aan als observator mr. J.J. van Hees, kantoorhoudend te Bennekom;
- draagt de observator op om binnen een week na heden een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van eventuele derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden en houdt de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aan;
- bepaalt dat de kosten van de observator ten laste van [verzoekster] komen en dat [verzoekster] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. A.E. de Vos en
Mr. M.P. de valk, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023.