De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van de invoer en het uithalen van een hoeveelheid cocaïne uit een container op het Rotterdamse haventerrein. Verdachte werd samen met twee medeverdachten aangehouden terwijl zij dummy-pakketten cocaïne uit de container haalden.
De bewezenverklaring betreft het opzettelijk binnenbrengen van circa 78 kilo cocaïne en het wederrechtelijk verblijven op een besloten havengebied met inklimming tot een container. Verdachte heeft zijn rol als uithaler bekend en er is geen verweer gevoerd.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van de feiten, het gevaar van harddrugs voor de samenleving en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Deze jongeman kampt met zwakbegaafdheid, gedragsstoornissen en een instabiele opvoeding, waardoor hij kwetsbaar is en de gevolgen van zijn handelen niet goed kon overzien.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een contactverbod met medeveroordeelden en een locatieverbod voor het Rotterdamse haventerrein, gecombineerd met begeleiding en behandeling via de reclassering.