ECLI:NL:RBROT:2023:5039

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
15 juni 2023
Zaaknummer
10/003285-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 4 OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 10 lid 5 OpiumwetArt. 2 ahf/ond A OpiumwetArt. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen invoer van circa 78 kilogram cocaïne

De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 juni 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 78 kilogram cocaïne in Nederland. De tenlastelegging betrof zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit.

Tijdens de terechtzitting van 24 mei 2023 werd het bewijs besproken. De officier van justitie vorderde vrijspraak, omdat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.

De rechtbank sprak verdachte vrij en gelastte de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder twee iPhones, een autosleutel en een personenauto. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor een veroordeling in strafzaken, vooral bij complexe drugszaken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/003285-23
Datum uitspraak: 7 juni 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [plaats01] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in:
de Penitentiaire Inrichting [detentieadres01] ,
raadsman mr. J.E.F.K. Liauw, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 mei 2023.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N.J.P. Coenen heeft vrijspraak gevorderd van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

4..Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5..In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • iPhone, goud, goedcode: DELG.01;
  • iPhone, rosé, goedcode: DELG.02;
  • autosleutel van het merk Opel, goedcode: DELG.03;
  • personenauto, Opel met kenteken [kenteken01] , goedcode: DELG.04.
Nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd, zal ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

6..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van:
- iPhone, goud, goedcode: DELG.01;
- iPhone, rosé, goedcode: DELG.02;
- autosleutel van het merk Opel, goedcode: DELG.03;
- personenauto, Opel met kenteken [kenteken01] , goedcode: DELG.04.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,
en mrs. L. Feraaune en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. J.D. Schmahl en K. Dere, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, in of omstreeks de periode van 22 november 2022 tot en met 25 november 2022, te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, ongeveer 78 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in of omstreeks de periode van 22 november 2022 tot en met 25 november 2022,
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, en/of
- het opzettelijk afleveren, verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 78 kilogram cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door een of meerdere personen met een auto (te weten een Opel Astra met kenteken [kenteken01] ) af te zetten op/bij het besloten empty-depot terrein van [bedrijf01] , zodat deze perso(o)nen in de gelegenheid werd(en) gesteld om voornoemde hoeveelheid cocaïne uit te halen uit container [containernummer01] .
(art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)