ECLI:NL:RBROT:2023:508
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdheidsuitspraak rechtbank inzake beroep omgevingsvergunning
Opposanten hebben verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 november 2022, waarin de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het beroep omdat geen beroep was ingesteld tegen een besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting afgedaan, conform artikel 8:54 Awb Pro, omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Opposanten voerden aan dat zij geen uitnodiging voor een zitting hadden ontvangen en dat zij schade leden door het niet verlenen van standplaatsvergunningen, en spraken van ambtelijke willekeur.
De verzetrechter heeft beoordeeld of de rechtbank terecht zonder zitting uitspraak heeft gedaan en of er twijfel is gerezen over die uitspraak. Gezien het feit dat de brief van opposanten van 5 december 2021 als beroepschrift is aangemerkt, maar niet gericht was tegen een Awb-besluit, is de rechtbank terecht onbevoegd verklaard. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak blijft in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de onbevoegdheidsuitspraak van de rechtbank blijft in stand.