Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De beoordeling van het wsnp-verzoek
3.Beoordeling van het verzet tegen de faillietverklaring
4.De beslissing
drie jaar en zes maanden;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker is op 8 november 2022 failliet verklaard door de rechtbank Rotterdam. Tegen dit vonnis is verzet ingesteld en tegelijkertijd een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) ingediend. De behandeling van het verzet werd geschorst totdat over het WSNP-verzoek was beslist.
De rechtbank oordeelt bevoegd te zijn de insolventieprocedure te openen en constateert dat er geen minnelijk traject heeft plaatsgevonden, maar ziet geen reden het verzoek op die grond af te wijzen. De rechtbank beoordeelt de goede trouw van verzoeker en concludeert dat ondanks het ontbreken daarvan, verzoeker zijn situatie voldoende heeft gestabiliseerd en een saneringsgezinde houding toont.
Gelet op de omstandigheden, waaronder het staken van de onderneming, het verkrijgen van een uitkering en begeleiding door het wijkteam, acht de rechtbank het verzoek tot toepassing van de WSNP toewijsbaar. Op grond van een arrest van de Hoge Raad verklaart de rechtbank het verzet gegrond en vernietigt het faillissementsvonnis. Tevens stelt zij het salaris van de curator vast en benoemt een nieuwe rechter-commissaris voor de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt gegrond verklaard en de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegepast.