Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van [naam 1], ingekomen op 24 januari 2023;
- het bericht met bijlagen van [naam 1] van 4 mei 2023.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van een meerderjarige studerende dochter om een bijdrage in haar levensonderhoud en studiekosten van haar vader. De vader heeft geen verweer gevoerd in de procedure.
Volgens artikel 1:392 lid 2 BW Pro zijn ouders verplicht hun meerderjarige kinderen te onderhouden indien deze behoeftig zijn. De rechtbank stelt vast dat de dochter niet behoeftig is omdat zij in staat is door arbeid of anderszins in haar levensonderhoud te voorzien, ondanks dat zij een voltijdopleiding volgt.
De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat de moeder geen bijdrage kan leveren en dat de vader in staat wordt geacht de bijdrage te betalen, niet leidt tot een conclusie van behoeftigheid. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend door een advocaat in te stellen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage voor de meerderjarige studerende dochter wordt afgewezen wegens het ontbreken van behoeftigheid.