ECLI:NL:RBROT:2023:5148
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in milieudelict inzake rubbergranulaat op kunstgrasvelden
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen de gemeente Hengelo wegens vermeende overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. De tenlastelegging betrof het niet voldoende naleven van zorgplicht waardoor rubbergranulaatkorrels buiten beheerde kunstgrasvelden op de onbeschermde bodem terecht zouden zijn gekomen.
De zaak werd aangebracht door het functioneel parket, dat milieudelicten vervolgt die een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormen en een hoge mate van deskundigheid vereisen. De verdediging stelde dat de rechtbank Rotterdam relatief onbevoegd was, omdat het vermeende delict niet ernstig genoeg was om onder de concentratie van rechtsmacht te vallen.
De rechtbank oordeelde dat de concentratie van rechtsmacht bij bepaalde rechtbanken een uitzondering is en alleen geldt voor ernstige milieumisdrijven. Het verwijt aan de gemeente Hengelo betrof het exploiteren van zes kunstgrasvelden waarbij rubbergranulaatkorrels buiten de velden terechtkwamen, wat niet kwalificeert als een ernstig milieudelict.
Daarom verklaarde de rechtbank zich relatief onbevoegd om kennis te nemen van de zaak. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld door de rechtbank Rotterdam en mogelijk bij een andere rechtbank moet worden aangebracht.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich relatief onbevoegd om kennis te nemen van het milieudelict betreffende rubbergranulaat op kunstgrasvelden.