ECLI:NL:RBROT:2023:5217
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoekster ontving een besluit van het UWV waarin haar Ziektewet-uitkering werd stopgezet. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond maar wijzigde de datum van beëindiging van de uitkering. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om proceskostenvergoeding. Het UWV wijzigde daarop het besluit en vergoedde alsnog de kosten in bezwaar, waarna verzoekster het beroep introk met een verzoek tot vergoeding van proceskosten in beroep.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Gezien de tegemoetkoming van het UWV in het beroep, is het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond bevonden.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 50,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten na intrekking van het beroep.