ECLI:NL:RBROT:2023:5217

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
ROT 23/904
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV

Verzoekster ontving een besluit van het UWV waarin haar Ziektewet-uitkering werd stopgezet. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond maar wijzigde de datum van beëindiging van de uitkering. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om proceskostenvergoeding. Het UWV wijzigde daarop het besluit en vergoedde alsnog de kosten in bezwaar, waarna verzoekster het beroep introk met een verzoek tot vergoeding van proceskosten in beroep.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Gezien de tegemoetkoming van het UWV in het beroep, is het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond bevonden.

De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 50,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich tot het UWV moet wenden.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/904

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Roos),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. R. Nalinci).

Procesverloop

Met het besluit van 5 april 2022 heeft het UWV aan verzoekster medegedeeld dat haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 6 mei 2022 stopt.
Met het besluit van 26 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard, onder wijziging van de datum van beëindiging van de ZW-uitkering. Het UWV heeft bepaald dat verzoekster vanaf 31 oktober 2022 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Voor de gemaakte proceskosten in bezwaar heeft het UWV geen vergoeding toegekend.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om toekenning van een proceskostenvergoeding in bezwaar.
Met het besluit van 12 mei 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en aan verzoekster alsnog de kosten in bezwaar vergoed.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in beroep.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld bereid te zijn de forfaitaire proceskosten die gemaakt zijn in de beroepsprocedure te vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster in beroep gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand met toepassing van het Bpb vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).
5. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2023 door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.