De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast om uitspoeling van grond, zand en water bij het Leppa Akwaduct langs de A32 te voorkomen, nadat schade was ontstaan door gestuurde boringen uitgevoerd door Selecta zonder vergunning. Selecta voerde aan dat zij niet wist dat de werkzaamheden binnen een Rijkswaterstaatwerk plaatsvonden en dat zij een gemeentelijke vergunning had. De rechtbank oordeelt dat Selecta voldoende informatie had ontvangen via KLIC-meldingen en brieven, die haar hadden moeten aanzetten tot contact met Rijkswaterstaat, en dat zij als professioneel bedrijf verwijtbaar heeft gehandeld door zonder vergunning te boren.
De minister heeft de kosten van bestuursdwang op Selecta verhaald, maar erkende dat de opgevoerde uurtarieven te hoog waren en ten onrechte BTW waren gerekend. Na correctie is het bedrag vastgesteld op €9.727,28. De rechtbank vernietigt het invorderingsbesluit voor zover het de hoogte van de kosten betreft en stelt het correcte bedrag vast. Verder moet de minister het door Selecta betaalde griffierecht vergoeden en de proceskosten van €2.092,50 aan Selecta betalen.
De rechtbank bevestigt dat de bestuursdwang en het kostenverhaal gerechtvaardigd zijn vanwege de overtreding van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het belang van handhaving en de noodzaak van de maatregelen. De beroepsgrond van Selecta dat zij niet wist dat het een Rijkswaterstaatwerk betrof, wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. Rop op 16 juni 2023.