ECLI:NL:RBROT:2023:5257

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
21 juni 2023
Zaaknummer
9865203 / VZ VERZ 22-6461
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens gebrek aan informatie

De kantonrechter te Rotterdam behandelde een verzoek van verzoeker om drie personen als getuigen te horen in een voorlopige getuigenverhoorprocedure. Verzoeker had geen volledige adres- of geboortedata van de getuigen verstrekt, waardoor de rechtbank hen niet kon informeren over het verzoek en hen niet kon oproepen voor een eventuele mondelinge behandeling.

De rechtbank verwees naar artikel 187 lid 4 Rv Pro, dat vereist dat zowel verzoeker als wederpartij worden opgeroepen voor een mondelinge behandeling, tenzij de wederpartij geen bezwaar maakt of er sprake is van onverwijlde spoed. Omdat verzoeker geen voldoende gegevens aanleverde om de getuigen als wederpartij te kunnen identificeren en oproepen, kon de procedure niet correct worden voortgezet.

Verzoeker stelde dat een voorlopig getuigenverhoor een zelfstandige procedure is zonder noodzaak van wederpartijen, maar de rechtbank benadrukte dat dit niet het geval is en dat de procedure aan strikte voorwaarden is gebonden. De e-mailadressen die verzoeker aanleverde, waren onvoldoende om de identiteit en bereikbaarheid van de getuigen te verifiëren.

Daarom verklaarde de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk en kon het getuigenverhoor niet worden gelast. Deze beslissing werd in het openbaar uitgesproken door mr. drs. E. van Schouten.

Uitkomst: Het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende informatie om de getuigen te informeren.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9865203 / VZ VERZ 22-6461
datum uitspraak: 12 mei 2023
Beschikking van de kantonrechter
op het verzoek van
[verzoeker01],
wonende in [woonplaats01] ,
verzoeker,
die zelf procedeert,
om als getuigen te horen

1.[getuige01] ,

2. [getuige02],
3. [getuige03].
De bovenstaande personen worden hierna ‘ [verzoeker01] ’, ‘ [getuige01] ’, ‘ [getuige02] ’ en ‘ [getuige03] ’ genoemd.

1.De verdere beoordeling

1.1.
Bij tussenbeschikking van 14 april 2023 is [verzoeker01] in de gelegenheid gesteld om zich schriftelijk uit te laten over het antwoord op de vragen (a) wie als zijn wederpartij moet(en) worden aangemerkt en (b) wat de adresgegevens, dan wel geboortedata van zijn wederpartij(en) zijn.
1.2.
Bij e-mail van 15 april 2023 heeft [verzoeker01] de kantonrechter het volgende bericht:

Uw beschikking d.d. 14 april 2023 heb ik ontvangen.
In dit stadium van de procedure wens ik alleen te procederen m.b.t. de drie (nep)deskundigen, omdat in eerste instantie het gaat om een potentiële claim tegen hen.
Formeel kent een verzoekschriftprocedure m.b.t. het horen van getuigen geen wederpartijen en is het bovendien een zelfstandige procedure, die (logisch) los staat van een misschien/mogelijk te voeren hoofdprocedure.
U maakt het onnodig verwarrend, bij een voorlopig getuigenverhoor is een (potentiële) wederpartij geen noodzaak. Diverse wensmoeders/zogenaamde slachtoffers zijn ook zelfstandig gehoord.
Ik beschik niet over geboortedata of woongegevens, wel over een aantal e-mailgegevens:
1)
[getuige02] - [e-mailadres01]
2)
[getuige03] - [e-mailadres02]
3)
[getuige01] - geen idee (…)”.
1.3.
De kantonrechter brengt in herinnering dat op grond van artikel 187 lid 4 Rv Pro niet eerder op het verzoek van [verzoeker01] kan worden beslist, dan nadat een mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden, waartoe [verzoeker01] en zijn wederpartij worden opgeroepen. Met “wederpartij” wordt dan bedoeld de partij(en) waartegen [verzoeker01] mogelijk een bodemprocedure wil starten. Een dergelijke mondelinge behandeling moet dus in principe nog plaatsvinden, aangezien bij de kantonrechter te Den Haag alleen een aantal voorvragen ten aanzien van de ontvankelijkheid en bevoegdheid is besproken, waarna de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar de kantonrechter te Rotterdam is verwezen. Van de mondelinge behandeling wordt enkel afgezien, als de wederpartij van [verzoeker01] aangeeft/aangeven dat hij/zij geen bezwaar maakt/maken tegen het verzoek van [verzoeker01] (zie overweging 3.2. van de tussenbeschikking) dan wel in geval van onverwijlde spoed.
1.4.
Omdat [verzoeker01] in zijn schriftelijke reactie van 15 april 2023 geen adresgegevens of geboortedata van de door hem inmiddels als wederpartij aangeduide personen ( [getuige01] , [getuige02] en [getuige03] ) heeft opgegeven, terwijl hij daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid is gesteld (zie overweging 3.6 van de tussenbeschikking), is het voor de kantonrechter niet mogelijk om hen op de hoogte te stellen van het verzoek van [verzoeker01] en hen in de gelegenheid te stellen kenbaar te maken of zij bezwaar willen maken tegen dat verzoek. Het is voor de kantonrechter zonder die gegevens ook niet mogelijk om [getuige01] , [getuige02] en [getuige03] voor een eventuele mondelinge behandeling van het verzoek van [verzoeker01] of - als het zo ver zou komen - een getuigenverhoor op te roepen. De door [verzoeker01] opgegeven e-mailadressen kunnen de adresgegevens, dan wel geboortedata van [getuige02] en [getuige03] niet vervangen. Het is voor de kantonrechter namelijk op geen enkele manier te controleren of deze e-mailadressen daadwerkelijk van [getuige02] en [getuige03] zijn en, als dat al het geval zou zijn, of e-mails die naar die e-mailadressen worden gestuurd ook daadwerkelijk worden ontvangen. [verzoeker01] heeft van [getuige01] in het geheel geen nadere gegevens verstrekt.
1.5.
Bij deze stand van zaken wordt het verzoek van [verzoeker01] om [getuige01] , [getuige02] en [getuige03] als getuigen te horen - bij gebreke van voldoende informatie om hen van het verzoek van [verzoeker01] op de hoogte te stellen en hen in de gelegenheid te stellen kenbaar te maken of zij bezwaar willen maken tegen dat verzoek - niet-ontvankelijk verklaard (zie ook overweging 3.8. van de tussenbeschikking).

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verklaart [verzoeker01] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. E. van Schouten en in het openbaar uitgesproken.
38671