Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[getuige01] ,
1.De verdere beoordeling
Uw beschikking d.d. 14 april 2023 heb ik ontvangen.
[getuige02] - [e-mailadres01]
[getuige03] - [e-mailadres02]
[getuige01] - geen idee (…)”.
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter te Rotterdam behandelde een verzoek van verzoeker om drie personen als getuigen te horen in een voorlopige getuigenverhoorprocedure. Verzoeker had geen volledige adres- of geboortedata van de getuigen verstrekt, waardoor de rechtbank hen niet kon informeren over het verzoek en hen niet kon oproepen voor een eventuele mondelinge behandeling.
De rechtbank verwees naar artikel 187 lid 4 Rv Pro, dat vereist dat zowel verzoeker als wederpartij worden opgeroepen voor een mondelinge behandeling, tenzij de wederpartij geen bezwaar maakt of er sprake is van onverwijlde spoed. Omdat verzoeker geen voldoende gegevens aanleverde om de getuigen als wederpartij te kunnen identificeren en oproepen, kon de procedure niet correct worden voortgezet.
Verzoeker stelde dat een voorlopig getuigenverhoor een zelfstandige procedure is zonder noodzaak van wederpartijen, maar de rechtbank benadrukte dat dit niet het geval is en dat de procedure aan strikte voorwaarden is gebonden. De e-mailadressen die verzoeker aanleverde, waren onvoldoende om de identiteit en bereikbaarheid van de getuigen te verifiëren.
Daarom verklaarde de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk en kon het getuigenverhoor niet worden gelast. Deze beslissing werd in het openbaar uitgesproken door mr. drs. E. van Schouten.
Uitkomst: Het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende informatie om de getuigen te informeren.