ECLI:NL:RBROT:2023:5353
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening moratorium bij ontruiming huurwoning
Verzoeker heeft op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat de ontruiming gepland stond op 28 maart 2023. Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering en maakt gebruik van budgetbeheer, waardoor de huurtermijnen via inhouding op de uitkering worden voldaan.
Verweerster verzet zich niet tegen het verzoek, mits de lopende huurtermijnen worden betaald. De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten af tegen het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren. Gezien het stabiele inkomen en de betalingszekerheid wijst de rechtbank de voorlopige voorziening toe voor zes maanden.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal worden afgerond. De voorziening geldt onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan en dat er verslag wordt uitgebracht over de schuldhulpverlening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.