Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een viertal schuldeisers te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van 0,00% aan zowel preferente als concurrente schuldeisers, gebaseerd op een prognose van haar afloscapaciteit. Verzoekster stelt wegens gezondheidsklachten niet te kunnen werken en heeft geen inkomen.
Vier schuldeisers stemden in met de regeling, maar twee schuldeisers, waaronder [schuldeiser 1] en [schuldeiser 3], weigerden. Zij betwijfelen de problematische schuldensituatie en de arbeidsongeschiktheid van verzoekster, en menen dat zij zich meer moet inspannen om inkomen te verwerven. Verzoekster heeft geen medische stukken overgelegd die haar arbeidsongeschiktheid bevestigen.
De rechtbank overweegt dat de weigering van deze schuldeisers gerechtvaardigd is gezien hun aandeel van 47% in de totale schuldenlast en het ontbreken van voldoende bewijs dat verzoekster niet kan werken. De belangen van de weigeraars wegen zwaarder dan die van verzoekster en overige schuldeisers. Daarom wordt het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. De rechtbank zal afzonderlijk beslissen over de schuldsaneringsregeling.