Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres, uit [plaats] , en
[naam bedrijf 1],
[naam bedrijf 2],
[naam bedrijf 3]en
[naam bedrijf 4], hierna samen: eisers,
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot sluiting van een pand aan een adres te Rotterdam. Het primaire besluit van 14 oktober 2020 werd herroepen en het bestreden besluit van 28 april 2021 ingetrokken door verweerder wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eisers geen procesbelang meer hebben bij het beroep, omdat het besluit is ingetrokken en zij geen verzoek om schadevergoeding hebben ingediend of het beroep willen handhaven. Verweerder heeft aangeboden de proceskosten en het griffierecht te vergoeden.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €360,- en tot betaling van proceskosten van €2.031,- aan eisers. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van eisers, na meerdere pogingen tot contact en uitstelverzoeken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.