Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
FIDINDA GROEP B.V.,
1..De procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 6 oktober 2022, met producties;
- het e-mailbericht van mr. Bos van 2 januari 2023.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een erfgenaam tot opheffing van het testamentair bewind ingesteld door de overledene in het belang van de erfgenaam. Het bewind betreft met name een woning die onder bewind staat sinds het overlijden in 2017.
De erfgenaam stelde dat zij het beheer van de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze kon uitvoeren, mede omdat zij al langere tijd het liquide vermogen voor haar levensonderhoud gebruikte. De bewindvoerder, Fidinda Groep B.V., betwistte dit en gaf aan dat het bewind noodzakelijk blijft ter bescherming van de erfgenaam, mede vanwege de complexiteit van de financiële situatie.
De rechtbank oordeelde dat aan de eerste wettelijke voorwaarde, het verstrijken van vijf jaar na overlijden, was voldaan. Echter, op basis van de schriftelijke en mondelinge toelichtingen en de indruk van de rechtbank was niet aannemelijk dat de erfgenaam het erfdeel verantwoord zou kunnen beheren. Er waren geen aanwijzingen dat het bewind om voorbijgaande redenen was ingesteld die inmiddels zijn vervallen. Daarom werd het verzoek afgewezen en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het testamentair bewind wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de erfgenaam het erfdeel verantwoord kan beheren.