In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde staat de waardebepaling van een opstal en grond centraal, mede in het licht van een bestemmingsplanwijziging. De deskundige had een rapport uitgebracht waarin de totale waarde van € 525.000,- op 28 april 2020 werd gesplitst in een waarde van € 206.500,- voor de grond en € 318.500,- voor de opstal. Tevens concludeerde hij dat er geen waardevermindering was door de bestemmingsplanwijziging per 1 januari 2018.
Eiser heeft zijn eis vermeerderd op basis van een vermeende te hoge taxatie in 2013 en onderhoudskosten, terwijl gedaagde het deskundigenrapport betwist en stelt dat de deskundige onjuiste gegevens gebruikte, met name een verkeerde oppervlakte van de opstal (126 m2 in plaats van 98 m2). Gedaagde betoogt dat dit leidt tot onjuiste referentieobjecten en een verkeerde waardering.
De kantonrechter oordeelt dat de deskundige de waardering moet herberekenen op basis van de juiste oppervlakte van 98 m2 en een toelichting moet geven indien dit geen materieel verschil maakt. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het aanvullend deskundigenbericht, waarop partijen kunnen reageren. De verdere beslissing wordt uitgesteld tot na dit rapport.