De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van negen maanden vanwege zorgen over diens sociaal-emotionele en taalontwikkeling, mede door getuige zijn van huiselijk geweld en spanningen tussen ouders.
De moeder voert verweer en stelt dat er geen sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling, dat zij openstaat voor hulpverlening en dat de minderjarige al stappen maakt bij het medisch kinderdagverblijf CityKids. Ook wijst zij op het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer, waardoor een ondertoezichtstelling een onrechtmatige inbreuk op het gezinsleven zou vormen.
De kinderrechter oordeelt dat het vrijwillige kader momenteel toereikend is, dat de moeder vooruitgang toont in de samenwerking met hulpverlening en dat een gezinsopname niet noodzakelijk is. De ondertoezichtstelling voegt weinig toe, mede omdat de betrokken gecertificeerde instelling vooral een monitorende rol vervult. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven op 14 februari 2023 en schriftelijk vastgesteld op 23 februari 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.