ECLI:NL:RBROT:2023:5482

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 maart 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
C/10/652199 / JE RK 23-274
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kinderen wegens echtscheidingsproblematiek en hulpverlening

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 19 maart 2024. De kinderen wonen bij hun moeder en worden belast door de scheiding van hun ouders, waarbij zij regelmatig geconfronteerd worden met volwassenproblemen en een loyaliteitsconflict ervaren.

De moeder staat open voor hulpverlening, maar de vader werkt niet mee en vertrouwt het wijkteam niet. De GI wil passende hulpverlening inzetten, waaronder het programma Kinderen uit de Knel, en therapie om de weerbaarheid van de kinderen te vergroten. De vader betwist de noodzaak van verlenging en stelt dat de moeder vrijwillig meewerkt en het contact tussen ouders goed is.

De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld. De bedreigingen voor de ontwikkeling van de kinderen houden verband met de moeizame echtscheiding en het gebrek aan overeenstemming over hulpverlening. De ondertoezichtstelling wordt verlengd om de noodzakelijke hulpverlening mogelijk te maken en de situatie te monitoren.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten. De beslissing is mondeling gegeven op 13 maart 2023 en schriftelijk vastgesteld op 27 maart 2023.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt verlengd tot 19 maart 2024 om noodzakelijke hulpverlening mogelijk te maken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/652199 / JE RK 23-274
Datum uitspraak: 13 maart 2023

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
betreffende

[naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2015 te [geboorteplaats01] ,

hierna te noemen: [naam kind01] ,

[naam kind02] , geboren op [geboortedatum02] 2014 te [geboorteplaats02] ,

hierna te noemen: [naam kind02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] ,

[naam02] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02] ,
advocaat: mr. A. van ’t Hek, te Rotterdam.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GIvan 3 februari 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;
- het e-mailbericht van de moeder van 10 maart 2023.
Op 13 maart 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam03] .
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder. Zij heeft per e-mailbericht van 10 maart 2023 aan de kinderrechter laten weten akkoord te zijn met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.

De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] en [naam kind02] .
[naam kind01] en [naam kind02] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 februari 2022 de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] verlengd tot 19 maart 2023.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder wil meewerken met de hulpverlening. Enver zou gaan starten met hulp. Dit is echter niet van de grond gekomen, omdat de vader niet mee wilde werken. De kinderen hebben last van de scheiding en worden belast met volwassen zaken. De vader vertrouwt het wijkteam niet. Het wijkteam komt daarentegen wel bij de moeder thuis om ondersteuning te bieden. De GI wil daarnaast dat er Kinderen uit de Knel wordt ingezet. De GI denkt dat dit passende hulpverlening is voor de scheidingsproblematiek waar de kinderen mee te maken hebben. De kinderen moeten opnieuw op de wachtlijst hiervoor. In de tussentijd wil de GI de kinderen therapie aanbieden om weerbaarder en zelfverzekerder te worden. De kinderen hebben omgang met de vader, dit verloopt goed. De overdrachtsmomenten verlopen wisselend.

Het standpunt van de belanghebbende

Namens en door de vader is ter zitting het volgende standpunt kenbaar gemaakt. De vader vraagt zich af wat de concrete zorgen zijn over de kinderen. De vader kan zich niet vinden in een verlenging van het verzoek tot ondertoezichtstelling. Het lijkt erop dat de enige reden dat de ondertoezichtstelling verlengd zou worden, is om hulpverlening in te zetten. Het is goed dat de moeder hulp krijgt in de thuissituatie. De vader vraagt zich echter af waarom het in het gedwongen kader moet, aangezien de moeder wil meewerken aan de hulpverlening. Het contact tussen de ouders is daarnaast goed. De ouders zijn gezamenlijk bij de sport evenementen van de kinderen aanwezig. De vader staat niet open voor hulpverlening omdat hij hard werkt en geen ruimte heeft om vrij te nemen voor afspraken. Daarnaast bestaan er geen klachten over de kinderen wanneer zij bij de vader verblijven.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [naam kind01] en [naam kind02] liggen al langere tijd in de echtscheidingsproblematiek van de ouders. De kinderen worden regelmatig belast met volwassenenproblematiek. De kinderen zitten klem tussen beide ouders en krijgen het gevoel te moeten kiezen tussen hen (loyaliteitsconflict). Het lukt de ouders niet om het eens te worden over het inzetten van noodzakelijke hulpverlening voor de kinderen. Het afgelopen jaar is er binnen de ondertoezichtstelling onvoldoende van de grond gekomen, waardoor de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog steeds voort duurt. Het is van groot belang dat er periode in ieder geval hulpverlening wordt ingezet voor de kinderen, zodat zij meer weerbaar kunnen worden gemaakt ten opzichte van de relatie tussen de ouders en hun eigen positie daarin. Kinderen uit de Knel lijkt passend te zijn voor de kinderen, maar daarvoor zijn ook de ouders nodig. De GI dient uit te zoeken of en op welke manier deze of een soortgelijke hulpverlening van de grond kan komen, nu de vader hier tot op heden niet aan mee heeft gewerkt. De kinderrechter geeft de vader mee dat hij wellicht onderschat wat de gevolgen zijn voor de kinderen voor nu en op de langere termijn van een moeizaam verlopen echtscheiding en benadrukt dat het van groot belang is dat de kinderen kunnen worden geholpen, zodat zij ook in andere stadia (op korte en langere termijn) van hun leven van die echtscheiding geen last ervaren. Het zou mooi zijn als de vader in het belang van de kinderen meewerkt aan het traject Kinderen uit de Knel. Het is verder positief dat er ondersteuning wordt geboden vanuit het wijkteam bij de moeder thuis en dat de moeder daarvoor open staat. Om de inzet van de benodigde hulpverlening voor de kinderen een kans te geven, is een verlenging van de ondertoezichtstelling van een jaar noodzakelijk. In dit jaar dient de GI ook te bezien of de ondertoezichtstelling nog de aangewezen maatregel is voor dit gezin.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260 BW Pro).

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] tot 19 maart 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2023 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 27 maart 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.