ECLI:NL:RBROT:2023:5495
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning en afwijzing beroep tegen te hoge waardering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar tussenwoning, stellende dat deze te hoog is vastgesteld op €344.000,- terwijl zij een waarde van €307.000,- aanvoert. De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder de waarde op juiste wijze heeft bepaald en of de gebruikte vergelijkingsobjecten en methodiek toereikend zijn.
De rechtbank concludeert dat verweerder de waarde heeft vastgesteld op basis van een taxatieverslag met drie vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en kenmerken. De door eiseres aangevoerde verschillen zoals nabijheid van hoogspanningsmast en onderhoudstoestand zijn door verweerder adequaat meegenomen en de m²-prijs van de woning ligt lager dan die van de vergelijkingsobjecten.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de gebruikte systematische vergelijkingsmethode voldoet aan de eisen van de Wet WOZ en dat er geen sprake is van schending van het verbod van willekeur of het vertrouwensbeginsel. Ook het ontbreken van iWOZ-kaarten en bouwtekeningen als overgelegde stukken is niet onrechtmatig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €344.000,- blijft gehandhaafd.