ECLI:NL:RBROT:2023:5498
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op €372.000 na beroep gegrond verklaard
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen de WOZ-waarde van een geschakelde woning gelegen op een perceel van 250 m², met een gebruiksoppervlakte van 118 m² en bouwjaar 1996. Verweerder had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €388.000, later ambtshalve verlaagd naar €372.000. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor €325.000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Dit gebeurde aan de hand van een matrix met vergelijkingsobjecten uit dezelfde wijk, rekening houdend met kenmerken als ligging, bouwjaar en oppervlakte. De vermeende slechtere ligging nabij een doorgaande weg werd door de rechtbank niet als reden voor verdere verlaging erkend.
Eiser voerde aan dat het verbod op willekeur en het vertrouwensbeginsel waren geschonden, maar de rechtbank vond dat de waardering modelmatig en systematisch was uitgevoerd conform de Wet WOZ. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel leidde tot de verlaging van de waarde naar €372.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en wijzigde de WOZ-beschikking. Verweerder werd veroordeeld tot het vergoeden van het griffierecht van €50 en proceskosten van €1.674. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €372.000 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.