AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van het minderjarige kind voor de duur van een jaar en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. Tijdens de zitting trok de GI het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in, omdat het kind inmiddels weer thuis woont en de thuissituatie als veilig wordt beoordeeld.
De moeder, die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en ondersteund werd door een Koerdische tolk, stemde in met de verlenging van de ondertoezichtstelling en benadrukte het belang van voortzetting van de inzet van de gezinsvoogd. Het kind heeft moeilijke ervaringen meegemaakt, toont boosheid en heeft moeite met vertrouwen in instanties, maar er is een voorzichtige verbetering zichtbaar.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BWPro is voldaan en verlengde de ondertoezichtstelling tot 13 juni 2024. Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing werd afgewezen omdat dit verzoek was ingetrokken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 13 juni 2024 en het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/658092 / JE RK 23-1163
Datum uitspraak: 9 juni 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [naam kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam01] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. F. Hofstra, te Leeuwarden.
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 mei 2023;
- het e-mailbericht met bijlage van de advocaat van de moeder van 9 juni 2023.
Op 9 juni 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- [naam kind01] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord; - de moeder, telefonisch bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam02] .
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de
Koerdische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam03], tolk in de Koerdische taal.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat [naam03] is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 vanPro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] .
[naam kind01] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2023 de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verlengd tot 13 juni 2023.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 april 2023 de machtiging verlengd [naam kind01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 13 juni 2023.
Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] te verlengen voor de duur van een jaar.
Tevens verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ten aanzien van de ondertoezichtstelling en trekt het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing ter zitting in. De jeugdbeschermer heeft contact opgenomen met de familie en gewerkt aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie om zicht te krijgen op de situatie. De aangifte van [naam kind01] is nog niet opgepakt. [naam kind01] heeft aangegeven dat zij inmiddels weer thuis woont en het goed met haar gaat. [naam kind01] heeft een sollicitatiegesprek gehad. De GI ziet geen onveiligheid meer in de thuissituatie. De familie werkt mee aan de hulpverlening. Om deze reden trekt de GI het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing in. De komende periode wil de jeugdbeschermer zich gaan richten op het inzetten van systeemtherapie. Daar zit ook een stukje individuele begeleiding bij, zodat [naam kind01] iemand naast zich heeft staan. Er moeten ook veiligheidsafspraken te worden gemaakt. voor het geval er weer een dreiging ontstaat.
Het standpunt van de belanghebbende
Namens en door de moeder is ter zitting het volgende standpunt naar voren gebracht. De moeder is het eens met het verzoek van de GI ten aanzien van de ondertoezichtstelling. De inzet van de gezinsvoogd moet blijven. De moeder staat open voor alle hulp en zal altijd aan de bel trekken als er gevaar is voor [naam kind01]. Er is alleen sprake van een forse taalbarrière bij de moeder. [naam kind01] heeft een aantal moeilijke gebeurtenissen meegemaakt en het is voor de moeder lastig om voor [naam kind01] de juiste hulpverlening in te schakelen en om haar te motiveren deze hulverlening te blijven accepteren. [naam kind01] heeft nog niet de mogelijkheid gehad om dat wat haar is overkomen op de juiste wijze te verwerken. Er is veel boosheid te zien bij [naam kind01]. [naam kind01] en de moeder vinden het moeilijk om de instanties te vertrouwen. De jeugdbeschermer is de eerste die dichterbij het gezin is gekomen en er is een voorzichtige verbetering zichtbaar. Om deze verbetering bestendig te laten zijn, is het van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. De moeder hoopt dat [naam kind01] thuis kan blijven wonen.
De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW). [naam kind01] heeft al veel meegemaakt in haar leven. [naam kind01] is eerder uithuisgeplaatst geweest naar aanleiding van een incident met haar broer. Deze periode heeft veel pijn en machteloosheid met zich meegebracht waardoor het vertrouwen in de hulpverlening minimaal is. Ook lijkt [naam kind01] nu haar grenzen op te zoeken en is er veel boosheid bij haar te zien. Er heeft zich recent weer een incident voorgedaan waarbij er grote zorgen bestonden over de veiligheid van [naam kind01]. [naam kind01] heeft een periode ondergedoken gezeten en verblijft nu weer bij de moeder. Op dit moment is er geen onveiligheid in de thuissituatie te zien. De jeugdbeschermer houdt desondanks contact met de politie om een eventuele dreiging te monitoren. De moeder heeft aangegeven hulpverlening in de thuissituatie wenselijk te vinden. Daarnaast vindt zij het van belang dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd zodat de jeugdbeschermer toezicht kan blijven houden op de situatie. De komende periode is het van belang dat er wordt onderzocht aan welke hulpverlening [naam kind01] en het gezin behoefte hebben. Er wordt gedacht aan systeemtherapie en daarnaast is het van belang dat er individuele begeleiding voor [naam kind01] wordt ingezet. [naam kind01] dient haar schoolgang voort te zetten en hopelijk vindt zij een bijbaan. Het is positief dat de huidige jeugdbeschermer op dit moment goed in contact is met [naam kind01] en het gezin. Het is van belang dat dit zo blijft. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).
Nu de GI het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] intrekt, kunnen de gronden daarvan niet worden onderzocht. De kinderrechter zal daarom dat verzoek van de GI afwijzen.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] tot 13 juni 2024;
wijst het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] af, voor zover daarop nog niet eerder is beslist;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2023 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.