De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen. De kinderen wonen bij de moeder, terwijl het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend. De Raad constateert langdurige blootstelling aan ouderlijke strijd, pedagogische onmacht van de moeder en ambivalentie van de vader richting hulpverlening.
Tijdens de zitting zijn de kinderen, ouders, Raad, GI en advocaten gehoord. De moeder verzet zich tegen de ondertoezichtstelling, wijst op het ontbreken van verbetering en wijst op communicatieproblemen met de vader. De vader erkent problemen maar twijfelt aan het behoud van het gezag.
De kinderrechter oordeelt dat ondanks eerdere ondertoezichtstellingen en hulpverlening, de situatie niet is verbeterd en de kinderen nog steeds bedreigd worden in hun ontwikkeling. De vrijwillige hulpverlening faalt door de conflicten en onvoldoende medewerking van de ouders. Daarom wordt de ondertoezichtstelling met ingang van 30 mei 2023 tot 30 oktober 2024 uitgesproken, met een vervolgzitting gepland voor evaluatie.