De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzochten de rechtbank Rotterdam om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee jonge kinderen, [naam kind01] en [naam kind02]. [naam kind01] woont bij de vader, terwijl [naam kind02] samen met de moeder verblijft in het Babyhuis. Er bestaan ernstige zorgen over de opvoedingssituatie, met name over de relatie tussen de ouders en de opvoedvaardigheden van de moeder.
De moeder lijkt onder druk te staan van de vader en diens familie, en er zijn aanwijzingen van huiselijk geweld en een verstoorde relatie tussen moeder en [naam kind01]. De hulpverlening binnen het vrijwillig kader heeft onvoldoende resultaat geboekt. De vader is het niet eens met het verblijf van [naam kind02] in het Babyhuis en heeft een locatieverbod voor het Babyhuis gekregen.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en stelt beide kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht. Voor [naam kind02] wordt een machtiging tot uithuisplaatsing in het Babyhuis verleend voor drie maanden, omdat dit in het belang is van diens verzorging en opvoeding. De duur van drie maanden is passend om de omgangsrelaties en opvoedingsvaardigheden nader te onderzoeken. Het spoedverzoek van de Raad wordt voor het resterende deel afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven op 26 januari 2023 en schriftelijk vastgesteld op 7 februari 2023 door kinderrechter M. van Kuilenburg.