De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2015, die bij hun moeder wonen. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 22 mei 2023 en de GI verzocht om een verdere verlenging van negen maanden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 mei 2023, waarbij de moeder, vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren, werd toegelicht dat de ouders zijn aangemeld voor een KSCD-onderzoek dat duidelijkheid moet bieden over de in te zetten hulpverlening. De vader heeft inmiddels zijn eerste gesprek gehad, de moeder nog niet. De kinderen vertonen gedragsproblemen en lijken te zitten in een loyaliteitsconflict, waarbij de oudste wisselend contact wenst met de vader en de jongste meer contact verlangt.
De vader kan alleen in het weekend bezoeken begeleiden, maar de GI kan deze niet in het weekend ondersteunen. Alternatieven zoals videobellen zijn voorgesteld. De moeder voert geen verweer tegen de verlenging en benadrukt het belang van het onderzoek en duidelijkheid over het contact met de vader. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, de ontwikkeling van de kinderen bedreigd blijft en de betrokkenheid van de GI noodzakelijk is. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 22 februari 2024.