Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam klaagster],
Procedure
Toetsingskader
Standpunt van de klaagster
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
quasi-criminal procedurebetreft, gebaseerd op de Administrative Improbity Act,
voordeel.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beklag van klaagster tegen het beslag op haar bankrekeningen, gelegd naar aanleiding van een Braziliaans rechtshulpverzoek in het kader van een procedure onder de Administrative Improbity Act. Het beslag diende ter verzekering van betaling van boetes en schadevergoedingen aan Petrobras, een onderneming met staatsaandeelhouderschap.
De rechtbank oordeelde dat het beslag niet kan worden aangemerkt als een maatregel gericht op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, zoals vereist onder artikel 13a van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). De procedure in Brazilië is geen specifiek strafrechtelijke procedure tegen klaagster, maar een quasi-criminal of administratiefrechtelijke procedure gericht op civielrechtelijke boetes en schadevergoedingen.
De rechtbank stelde vast dat het terugbetalen van steekpenningen niet kan worden beschouwd als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en dat de WOTS geen grondslag biedt voor het beslag. Het beklag werd daarom gegrond verklaard en het beslag opgeheven. Tevens merkte de rechtbank op dat het niet aannemelijk is dat Braziliaanse autoriteiten alsnog een verzoek tot tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke ontnemingsmaatregel zullen indienen, aangezien klaagster als rechtspersoon niet strafrechtelijk vervolgd kan worden volgens Braziliaans recht.
Uitkomst: Het beslag op de bankrekeningen van klaagster wordt opgeheven wegens ontbreken van wederrechtelijk verkregen voordeel.