Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam kind01],
[naam01],
[naam02],
Het procesverloop
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam03].
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 17 april 2023 om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van het kind [naam kind01] bij de moeder voor de duur van een jaar. De zaak werd op 12 juni 2023 mondeling behandeld, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren; de vader was afwezig.
Het kind is sinds 8 juli 2021 onder toezicht gesteld en de machtiging tot uithuisplaatsing was reeds verlengd tot 29 juni 2023. Ondanks inspanningen van de GI is er geen structureel contact tussen vader en kind tot stand gekomen, en heeft het kind sinds november 2022 geen contact meer met zijn vader. De vader communiceert via zijn advocaat en heeft aangegeven akkoord te zijn met wijziging van hoofdverblijf en eenhoofdig gezag voor de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW Pro) en machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW) zijn vervuld. De ontwikkelingsbedreiging door het ontbreken van vadercontact en de echtscheidingsproblematiek rechtvaardigen voortzetting van de maatregelen. De ondertoezichtstelling en machtiging worden verlengd tot 29 juni 2024, uitvoerbaar bij voorraad, in afwachting van de lopende procedure over hoofdverblijf en gezag.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij de moeder worden verlengd tot 29 juni 2024.