Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser01] ,
[eiser02],
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 juni 2023, met bijlagen;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
Op 31 juli 2022 overleed de moeder van eiser en gedaagde, die samen erfgenamen zijn van de nalatenschap waaronder een woning in Papendrecht. De woning staat formeel nog op naam van de vader. Gedaagde verblijft momenteel in de woning en weigert mee te werken aan de verkoop. Eiser en mede-eiser vorderen in kort geding vervangende toestemming om de woning te verkopen vanwege het ontbreken van een opstalverzekering en het belang van spoed.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde zijn kans om mee te beslissen over de verkoop heeft gemist. De oude verzekering is opgezegd en gedaagde kan niet aantonen dat er een nieuwe verzekering is afgesloten. Overleg tussen partijen is onmogelijk, en het verblijf van gedaagde in de woning zonder vergoeding en zonder verzekeringsbewijs is onhoudbaar.
De rechtbank machtigt eiser en mede-eiser om de woning te verkopen tegen een minimale vraagprijs van €215.000 en een bodemprijs van €200.000, en beveelt gedaagde binnen veertien dagen na betekening te ontruimen. De verdeling van de nalatenschap wordt niet in dit kort geding beslist. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eisers worden gemachtigd de woning te verkopen en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.