De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2016 en 2019, die momenteel in een pleeggezin verblijven. De moeder is sinds mei 2023 uit detentie, maar haar verblijfplaats is onbekend, waardoor contact met haar beperkt is. De vader onderhoudt onregelmatig contact met de kinderen, met wisselende signalen over de omgang.
De kinderrechter constateert dat de persoonlijke problematiek van de moeder en de onduidelijkheid over haar verblijf nog steeds een bedreiging vormen voor de ontwikkeling van de kinderen. De gezinsopname, bedoeld om het perspectief van de kinderen te onderzoeken, kon niet starten vanwege de detentie en het ontbreken van contact met de moeder. De kinderen ontwikkelen zich positief in het pleeggezin, waar zij rust en stabiliteit ervaren.
De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk voor de duur van een jaar, tot 5 juli 2024. Tevens wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.