De rechtbank Rotterdam heeft op 17 mei 2023 uitspraak gedaan over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een vijfjarig kind en de verzoeken van de ouders om de hoofdverblijfplaats bij hen te bepalen.
Het kind verblijft sinds bijna drie jaar bij pleegouders en is onder toezicht gesteld. De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen vanwege het belang van het kind en het ontbreken van voldoende medewerking van de ouders aan noodzakelijke onderzoeken. De ouders stelden dat het kind eerder bij de vader thuis had moeten worden geplaatst en dat zij een eerlijke kans verdienen.
De rechtbank constateerde dat het perspectief van het kind bij de pleegouders ligt, mede door het belaste verleden en de hechtingsproblematiek van het kind. De ouders hebben onvoldoende medewerking verleend aan het KSCD-onderzoek en de bezoeken zijn onregelmatig en emotioneel belastend voor het kind. Daarom is verlenging van de machtiging noodzakelijk en worden de verzoeken tot hoofdverblijfplaats afgewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ouders kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.