Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
medeplegenvan de invoer van cocaïne. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Wel wettig en overtuigend zijn bewezen de subsidiair tenlastegelegde voorbereidingshandelingen daartoe.
Wel wettig en overtuigend bewezen zijn de voorbereidingshandelingen daartoe, hetgeen subsidiair is ten laste gelegd aan verdachte.
inde container zouden hebben bevonden. Dit leidt ertoe dat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Omdat voor het uithalen van de container een pincode noodzakelijk was en de verdachte die blijkens de aangifte niet van de eigenaar of de expediteur had verkregen, stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte en haar mededaders bij het uithalen van de container onbevoegd gebruik hebben gemaakt van een pincode. De rechtbank acht het, gelet op alle omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het oogmerk heeft gehad om de container zich samen met anderen tijdelijk wederrechtelijk toe-eigenen waarbij zij het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een op niet reguliere wijze en daarmee valselijk verkregen pincode.
7personen en een groot aantal
,een uitschuifbare trap,
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;