Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan achttien schuldeisers, waarbij een preferente en zeventien concurrente schuldeisers een deel van hun vordering ontvangen. Zeventien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, met een relatief klein aandeel van 4,4%, weigerde mee te werken. Verzoeker heeft aangetoond een nieuwe baan te hebben gevonden en zich in te spannen om meer uren te werken, ondanks belemmeringen door de zorg voor zijn zoon.
De rechtbank overweegt dat het belang van de weigeraar niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers die instemmen. Het akkoord is getoetst door de Kredietbank Rotterdam en is goed gedocumenteerd. De regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker en voorziet in een prognosepercentage, waardoor een eventuele inkomensstijging ten goede komt aan schuldeisers.
De rechtbank wijst het verzoek toe, beveelt de schuldeiser tot instemming met het akkoord en veroordeelt deze in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt voor schuldeisers. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.