Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[minderjarige01] ,
[moeder01] ,
[vader01] ,
[stiefmoeder01] ,
[gezinshuisouder01] ,
Het procesverloop
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, mw. [naam01] .
- de vader;
- de stiefmoeder;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen. De minderjarige verblijft sinds ruim een jaar in een gezinshuis, waar hij zichtbaar goed gedijt. Een thuisplaatsing bij een van de ouders is momenteel niet aan de orde vanwege eerdere zorgelijke signalen en wisselend contact.
De vader heeft zich niet aan contactafspraken gehouden en heeft de minderjarige zelfs bedreigd met het ophalen uit het gezinshuis, wat een negatieve impact had. De moeder is recent weer betrokken bij de minderjarige, maar het contact verloopt moeizaam vanwege haar psychische toestand. De kinderrechter stelt vast dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld.
Gezien het belang van de minderjarige en het positieve effect van de plaatsing in het gezinshuis, wordt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 15 juni 2024. De moeder stemt hiermee in en wil duidelijke afspraken over contactmomenten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 15 juni 2024.