ECLI:NL:RBROT:2023:5915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor onvoldoende hokverrijking bij varkenshouderij
De rechtbank Rotterdam heeft op 11 juli 2023 uitspraak gedaan in de zaak tussen een varkenshouderij en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een boete van €1.500 wegens overtreding van de Wet dieren.
De boete werd opgelegd omdat tijdens een inspectie op 4 maart 2022 werd vastgesteld dat circa 549 varkens in twee stallen niet permanent konden beschikken over voldoende hokverrijkingsmateriaal dat voldeed aan de wettelijke eisen. Het aanwezige materiaal was niet bereikbaar of lag niet op de vloer, wat in strijd is met artikel 2.22 van het Besluit houders van dieren.
Eiser voerde aan dat het een momentopname betrof en dat eerdere controles geen problemen hadden aangetoond, en dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding. De rechtbank oordeelde echter dat hokverrijking permanent aanwezig moet zijn om gedragsproblemen zoals staartbijten te voorkomen, en dat de overtreding structureel en ernstig was.
De rechtbank achtte de boete passend en evenredig, mede gelet op het interventiebeleid van de overheid en de wettelijke boetebedragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €1.500 wegens onvoldoende permanent aanwezig hokverrijkingsmateriaal voor varkens.