ECLI:NL:RBROT:2023:5927

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 juni 2023
Publicatiedatum
10 juli 2023
Zaaknummer
10499682 VV EXPL 23-221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en betaling huurachterstand na niet-betaling en overlast in gehuurde woning

De zaak betreft een kort geding waarin eiser, verhuurder van een woning, vordert dat de huurders worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, betaling van de lopende huur vanaf juni 2023, en ontruiming van de woning wegens huurachterstand en overlast. De huurders zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.

De kantonrechter stelt vast dat de huurders een huurachterstand van vijf maanden hebben opgebouwd, met een totaalbedrag van €4.017,89 tot juni 2023. Daarnaast is onbetwist dat een van de huurders overlast veroorzaakt, waaronder geluidsoverlast en onbehoorlijk gedrag richting de onderbuurvrouw. De rechter acht het aannemelijk dat deze omstandigheden ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen.

De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen na het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat de ontruiming reeds uitvoerbaar is verklaard en een extra dwangsom niet noodzakelijk is. Ook de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een veertiendagenbrief.

De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur tot en met de ontruimingsdatum, en de proceskosten van €903,57. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurders worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en ontruiming van de woning binnen 14 dagen, met afwijzing van de dwangsom en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10499682 VV EXPL 23-221
datum uitspraak: 15 juni 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01]
wonende te [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. D.A. Evertsz,
tegen:

1..[gedaagde01] ,

wonende te [woonplaats02] ,
2.
[gedaagde02] ,
wonende te [woonplaats03] ,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ en ‘ [gedaagde02] ’ genoemd. Gedaagden worden gezamenlijk ‘ [gedaagde01] c.s.’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 24 mei 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 1 juni 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was aanwezig mr. D.A. Evertsz. [gedaagde01] c.s. is niet verschenen.

2..De feiten

2.1.
[gedaagde01] c.s. huurt een woning van [eiser01] aan [adres01] ( [postcode01] ) in [plaats01] . De huur is nu € 801,39 per maand. [gedaagde01] c.s. moet de huur elke maand vooraf betalen.

3..Het geschil

3.1.
[eiser01] eist samengevat:
  • [gedaagde01] c.s. te veroordelen om het gehuurde te ontruimen op straffe van een dwangsom van € 25,- per dag met een maximum van € 750,-;
  • [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan hem te betalen € 3.216,50,- ten aanzien van de huurachterstand tot juni 2023;
  • [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan hem te betalen € 801,39 per maand vanaf juni 2023 tot en met de datum van ontruiming, een ingegane maand voor een volle maand gerekend;
  • [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan hem te betalen € 540,45 ten aanzien van buitengerechtelijke incassokosten;
  • [gedaagde01] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[eiser01] baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] c.s. heeft een huurachterstand laten ontstaan. Daarnaast veroorzaakt [gedaagde02] overlast in het gehuurde. Deze tekortkomingen rechtvaardigen ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde01] c.s. is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

4..De beoordeling

4.1.
[eiser01] heeft de betekende dagvaarding overgelegd, waaruit blijkt dat [gedaagde01] c.s. correct is opgeroepen voor de zitting van 1 juni 2023. Nu ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, zal verstek worden verleend tegen [gedaagde01] c.s.
4.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiser01] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde01] c.s. als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
4.3.
Voldoende is gebleken dat [eiser01] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorzieningen, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vordering.
4.4.
Bij gebreke aan een verweer daartegen, moet in rechte worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [eiser01] . Dit betekent dat wordt vastgesteld dat de huurprijs € 801,39 bedraagt en de huurachterstand € 4.017,89 (berekend tot en met juni 2023) bedraagt. Het gevorderde bedrag van € 4.017,89 aan achterstallige huurtermijnen tot en met juni 2023 zal worden toegewezen.
4.5.
De huurachterstand komt neer op een achterstand van 5 maanden. [gedaagde01] c.s. betaalt sinds december 2022 geen huur meer. Bij e-mail van 10 mei 2023 heeft [eiser01] de huurachterstand bij Stroomopwaarts gemeld. Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Daarnaast heeft [eiser01] onbetwist gesteld dat [gedaagde02] overlast veroorzaakt in het gehuurde (geluidsoverlast en onbehoorlijk gedrag richting de onderbuurvrouw). De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter gelet op het voorgaande niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden bepaald op 14 dagen na dit vonnis.
4.6.
De door [eiser01] gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming heeft [eiser01] reeds een titel om zelf, via reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan en niet onderbouwd is op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is.
4.7.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. [eiser01] heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat hij een zogenoemde ‘veertiendagen-brief’ aan [gedaagde01] c.s. heeft gestuurd.
4.8.
[gedaagde01] c.s. krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 130,57 aan dagvaardingskosten, € 244,- aan griffierecht en € 529,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 903,57.
4.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

5..De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk om aan [eiser01] te betalen € 4.017,89;
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan [adres01] ( [postcode01] ) te [plaats01] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde01] c.s. bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser01] te stellen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk aan [eiser01] te betalen € 801,39 met ingang van de maand juli 2023 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
5.4.
veroordeelt [gedaagde01] c.s. hoofdelijk in de proceskosten die aan de kant van [eiser01] tot vandaag worden vastgesteld op € 903,57;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
47636