Eiseres heeft op basis van een mondelinge overeenkomst werkzaamheden verricht voor gedaagde, waarbij een uurtarief van €40 werd gehanteerd. Zij factureerde in totaal €177.834,- waarvan €15.201,02 onbetaald bleef. Eiseres vordert betaling van dit bedrag, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.
Gedaagde betwist het overeengekomen tarief en stelt dat alleen voor voormannen €40 geldt, terwijl andere monteurs €35 per uur zouden krijgen. Gedaagde heeft de eerste facturen per abuis volledig betaald en daarna bedragen conform de lagere tarieven voldaan. Gedaagde voert aan dat eiseres onterecht te hoge bedragen incasseert.
De rechtbank oordeelt dat het aantal gewerkte uren niet in geschil is en dat voorshands bewezen is dat partijen een uurtarief van €40 zijn overeengekomen. Het verweer van gedaagde is onvoldoende onderbouwd en het verschil in tarieven is niet aannemelijk gemaakt. Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De verdere beslissing wordt aangehouden.