Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte04], geboren op [geboortedatum04] 1996, te [geboorteplaats04] .
Rechtbank Rotterdam
De officier van justitie vorderde op 18 januari 2023 een machtiging voor ontruiming van personen en voorwerpen uit een woning aan een adres te Rotterdam, waarbij de rechter-commissaris betrokken was. De vordering betrof de verwijdering van verdachten die wederrechtelijk in de woning zouden verblijven. Tijdens de zitting op 27 januari 2023 verschenen twee verdachten, terwijl twee anderen niet verschenen waren.
Uit verklaringen bleek dat de niet-verschijnende verdachten niet langer op het adres woonden. De beheerder had aanvullende informatie verstrekt, waaronder een huurovereenkomst en plannen voor nieuwbouw, maar deze waren onvoldoende concreet en deels tegenstrijdig. Er was geen duidelijkheid over daadwerkelijke verhuur of aanvang van werkzaamheden.
De bewoners stelden dat zij niet op de hoogte waren gesteld van verhuur of onderhoudswerkzaamheden en dat zij nog steeds in de woning verbleven. De rechter-commissaris stelde vast dat het woonrecht van de bewoners zwaarder woog dan het belang van de beheerder. Daarom werd de vordering tot machtiging ontruiming afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot machtiging ontruiming wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het woonrecht van de bewoners.