ECLI:NL:RBROT:2023:6195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep inzake inzage politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens
Eiseres verzocht op 14 juli 2022 om inzage in haar volledige dossier met politiegegevens die door de Koninklijke Marechaussee (KMar) zijn verwerkt. Verweerder besloot op 9 september 2022 dat er sinds het eerdere besluit van 5 augustus 2020 geen nieuwe politiegegevens over eiseres waren verwerkt. Eiseres stelde dat zij onjuist en onvolledig was geïnformeerd, onder meer omdat uit een brief van de Korpschef van politie bleek dat er wel persoonsgegevens over haar waren verwerkt.
De rechtbank oordeelde dat de politie en de KMar als aparte verwerkingsverantwoordelijken gelden en dat verweerder slechts informatie hoeft te verstrekken over de door de KMar verwerkte gegevens. Het eerdere besluit van 5 augustus 2020 was in rechte onherroepelijk en verweerder had de beschikbare systemen opnieuw geraadpleegd, waaruit bleek dat er geen nieuwe gegevens waren verwerkt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder met het bestreden besluit heeft voldaan aan de informatieplicht onder de Wet politiegegevens en dat eiseres volledig en correct was geïnformeerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot inzage in politiegegevens is ongegrond verklaard.