Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht voor de onder 4 ten laste gelegde overtreding;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 28 juni 2023;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht daarop door de reclassering;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-043691-21.
4.Waardering van het bewijs
1.subsidiair
3.
4.
5.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
3 (drie) jaar;
240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
204 (tweehonderdvier) urente verrichten taakstraf resteert;
102 dagen;
€ 1.000,- (zegge: duizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer03] te betalen
€ 1.000,-(hoofdsom,
zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
20 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 10 uren, van de bij vonnis van 16 augustus 2021 door de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde taakstraf.