De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige met diabetes type 1, vanwege zorgen over de wijze waarop de minderjarige en zijn moeder omgaan met de ziekte. Uit onderzoek bleek dat de minderjarige vooral zelf verantwoordelijk is voor zijn diabeteszorg, maar dit onvoldoende zorgvuldig doet. De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, spreekt onvoldoende Nederlands, wat communicatie met hulpverleners bemoeilijkt.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende verbetering heeft gebracht. De minderjarige luistert niet altijd naar zijn moeder en artsen, wat leidt tot gevaarlijke glucosewaarden en potentieel schadelijke gevolgen voor zijn gezondheid. De moeder staat open voor hulpverlening, maar heeft onvoldoende grip op de situatie.
De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om meer structuur en inzicht te bieden in de ziekte en de gevolgen daarvan. De beschikking geldt voor twaalf maanden en is uitvoerbaar bij voorraad.