ECLI:NL:RBROT:2023:6278
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding en kosten rechtsbijstand na vrijspraak wegens drugsinsluiping
De verzoeker was van september tot december 2021 in voorlopige hechtenis op verdenking van het invoeren van verdovende middelen in vereniging. Bij vonnis van 9 augustus 2022 werd hij vrijgesproken en dit vonnis werd onherroepelijk op 24 augustus 2022. Vervolgens verzocht hij op grond van artikel 533 Sv Pro om vergoeding van immateriële schade als gevolg van het voorarrest en op grond van artikel 530 Sv Pro om vergoeding van kosten rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat hoewel de zaak zonder strafoplegging eindigde, er voldoende verdenking was om de vrijheidsbeneming te rechtvaardigen. De verzoeker was als insluiper onbevoegd op het streng bewaakte terrein van de Rotterdam Gateway Terminal, een bekend drugsinsluiplocatie. Zijn proceshouding, waarbij hij zich beroept op het zwijgrecht, en zijn eerdere betrokkenheid bij soortgelijke drugsactiviteiten, leiden ertoe dat de nadelige gevolgen van zijn vrijheidsbeneming voor zijn eigen rekening moeten blijven.
Ook het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen omdat deze kosten nodeloos zijn gemaakt gezien de omstandigheden. De rechtbank wijst beide verzoeken af en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding immateriële schade en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens laakbaar gedrag en proceshouding verzoeker.