ECLI:NL:RBROT:2023:6279
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding voor voorarrest en rechtsbijstand na sepot
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 maart 2023 twee verzoeken van de gewezen verdachte tot vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand, ingediend na een strafzaak die zonder strafoplegging werd geseponeerd.
De verdachte was van 21 tot 26 juli 2022 in verzekering gesteld op verdenking van diefstal en belediging. Hoewel de zaak werd geseponeerd, waren er aanwijzingen van schuld, waaronder het dragen van een rugtas met gestolen goederen en het beledigen van een agent tijdens aanhouding. De verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht, wat in deze procedure als eigen risico werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de schade voortvloeiend uit het rechtmatig overheidsoptreden voor rekening van de verdachte blijft, tenzij bijzondere billijkheidsgronden aanwezig zijn. Deze waren niet aanwezig, mede omdat de verdachte zelf de verdenking opriep en de procedure onnodig verlengde. Daarom werden beide verzoeken tot vergoeding afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding van immateriële schade en rechtsbijstand worden afgewezen wegens het ontbreken van billijkheidsgronden.