ECLI:NL:RBROT:2023:6281
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding en kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak wegens zware mishandeling
De gewezen verdachte was van 2 tot 5 juli 2022 in verzekering gesteld op verdenking van zware mishandeling. De strafzaak werd geseponeerd, waarna de verdachte verzoeken indiende op grond van artikel 533 en Pro 530 Sv voor vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde de verzoeken ontvankelijk omdat ze binnen de wettelijke termijn waren ingediend. De beoordeling van het verzoek op grond van artikel 533 Sv Pro leidde tot afwijzing omdat de verdachte zich agressief had gedragen, zelf aanleiding gaf tot het strafvorderlijk optreden en de nadelige gevolgen voor eigen rekening dienen te komen. Er waren geen gronden van billijkheid om vergoeding toe te kennen.
Ook het verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand werd afgewezen omdat de kosten nodeloos waren gemaakt gezien de omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de verdachte door zijn eigen gedragingen de situatie had veroorzaakt en dat de overheid rechtmatig had gehandeld.
De beschikking is uitgesproken door rechter G.P. van de Beek op 16 maart 2023. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding immateriële schade en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens ontbreken van billijkheid.