Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- M. van Engelenburg, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- L. Nuijt-Holleman, werkzaam bij MVGM, namens [verweerster] (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten en de huurovereenkomst te verlengen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het ontruimingsvonnis van 4 mei 2023 en het exploot van 12 juni 2023.
Verzoeker heeft sinds december 2022 een fulltime baan en kan de lopende huurtermijnen voldoen, wat blijkt uit betaling van de huur over juni 2023 en toezegging voor juli 2023. Verweerster voert aan dat verzoeker in het verleden betalingsregelingen niet is nagekomen en dat er sprake is van overlast, maar de rechtbank weegt dit niet mee omdat het ontruimingsvonnis alleen betalingsachterstand als grond noemt.
De rechtbank stelt dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt de voorziening toegewezen voor zes maanden onder de voorwaarde dat lopende termijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort en de huurovereenkomst verlengt voor zes maanden onder de voorwaarde dat lopende termijnen tijdig worden voldaan.