Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- S.U. Demirbilek, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: SHV);
- P. Le Kluse, werkzaam bij het wijkteam (hierna: begeleider).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. Deze ontruiming was bevolen in een vonnis van 14 maart 2023. Verzoeker verkeerde in financiële problemen na beëindiging van beschermingsbewind en ontvangt een WW-uitkering waarmee hij de huur kan betalen. Het wijkteam ondersteunt hem bij zijn administratie en betalingen.
Verweerster, de schuldeiser, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening geldt voor zes maanden en verlengt de huurovereenkomst voor die periode. SHV, die de schuldregeling uitvoert, moet uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uitbrengen aan de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden en verklaart het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.