Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens gezondheidsklachten. Het UWV heeft haar aanvraag afgewezen omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek op 10 januari 2022 slechts 14,47% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35% voor een uitkering.
Eiseres betoogt dat vier uur werken per dag voor haar niet haalbaar is, dat zij problemen heeft met vervoer en dat een Franse arts haar voor 50% heeft afgekeurd. De rechtbank stelt dat de medische beoordeling van het UWV, gebaseerd op een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, inhoudelijk overtuigend is en dat de beperkingen van eiseres objectief medisch onvoldoende onderbouwd zijn voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wijst erop dat ervaren klachten niet doorslaggevend zijn, maar de objectieve medische beperkingen. Ook het vervoersprobleem kan volgens de verzekeringsarts worden opgelost met een voorziening van het UWV, waarover de rechtbank geen oordeel kan geven.
De Franse beoordeling is niet relevant omdat deze niet is gebaseerd op de Nederlandse wet- en regelgeving. De rechtbank concludeert dat eiseres in staat is arbeid te verrichten binnen de vastgestelde beperkingen en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor krijgt eiseres geen WIA-uitkering en worden haar proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering krijgt.