ECLI:NL:RBROT:2023:6415

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juni 2023
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
C/10/659277 / JE RK 23-1346
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 PaspoortwetArt. 36 PaspoortwetArt. 1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking vervangende toestemming voor verkrijgen Nederlands reisdocument minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor een minderjarige die onder toezicht is gesteld. De vader oefent ouderlijk gezag uit maar weigerde medewerking te verlenen aan de aanvraag, terwijl de moeder en de GI het belang van het verkrijgen van het reisdocument benadrukten.

De kinderrechter behandelde de zaak op 23 juni 2023 met gesloten deuren, waarbij de vader niet verscheen. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat de vader ambivalent was en zijn medewerking niet wilde verlenen, uit angst dat de moeder met de minderjarige naar het buitenland zou vluchten. De GI achtte deze angst ongegrond.

De rechter overwoog dat het in het belang van de minderjarige is dat hij over een reisdocument beschikt voor noodzakelijke inschrijvingen, zoals bij een peuterspeelzaal, en voor vakantie. Er waren geen aanwijzingen dat de moeder het reisdocument zou misbruiken.

Op grond van artikel 36 Paspoortwet Pro verleende de kinderrechter de vervangende toestemming die de toestemming van de vader vervangt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument voor de minderjarige.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/659277 / JE RK 23-1346
datum uitspraak: 23 juni 2023
beschikking vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Etten-Leur,
betreffende

[minderjarige01] ,

geboren op [geboortedatum01] 2021 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder01] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[vader01] ,

hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 juni 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Op 23 juni 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- twee vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam01] en mw. [naam02] .
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige01] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 30 september 2022 is [voornaam minderjarige01] onder toezicht gesteld met ingang van 7 oktober 2022 tot 7 oktober 2023.

Het verzoek

De GI heeft op grond van artikel 36 lid 1 Paspoortwet Pro verzocht vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn sinds april 2023 diverse pogingen gedaan om een ID-kaart voor [voornaam minderjarige01] aan te vragen, maar dat is niet gelukt. De vader komt de afspraken niet na. De vader is ambivalent in zijn signalen. Enerzijds geeft hij aan dat hij al toestemming heeft gegeven, en anderzijds geeft hij geen toestemming te willen geven omdat hij bang is dat de moeder dan met [voornaam minderjarige01] naar het buitenland zal vluchten. De GI acht die angst van de vader ongegrond.

Het standpunt van de moeder

De moeder is het eens met het verzoek. Het is heel belangrijk dat er voor [voornaam minderjarige01] een ID-kaart aangevraagd kan gaan worden zodat hij kan worden ingeschreven bij een peuterspeelzaal. Ook zou de moeder graag met [voornaam minderjarige01] op vakantie willen, maar zij heeft de vakantie moeten uitstellen omdat er geen ID-kaart voor [voornaam minderjarige01] is geregeld. Het lukt de moeder niet om hier onderling met de vader uit te komen.

De beoordeling

Ingevolge artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Blijkens het tweede lid van eerst genoemd artikel kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van de minderjarige wenselijk voortkomt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de vader zijn medewerking niet heeft willen verlenen aan de aanvraag van een reisdocument voor [voornaam minderjarige01] . De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige01] is dat hij over een reisdocument/legitimatiebewijs beschikt, zodat de voor hem noodzakelijke inschrijvingen en aanmeldingen gedaan kunnen worden, waaronder die bij de peuterspeelzaal. Daarnaast is een reisdocument noodzakelijk om op vakantie te gaan. Er zijn geen signalen dat de moeder voornemens is het land uit te vluchten of anderszins het verkrijgen van een reisdocument te misbruiken. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen in die zin dat vervangende toestemming zal worden verleend voor het aanvragen van een Nederlands reisdocument ten behoeve van [voornaam minderjarige01] .

De beslissing

De kinderrechter:
verleent toestemming – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een Nederlands reisdocument voor de minderjarige [voornaam minderjarige01] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.