De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die verblijft in een gesloten groep vanwege ernstige gedragsproblemen en traumatische ervaringen.
De minderjarige verbleef eerder op een open groep, maar is meerdere keren weggelopen en heeft zichzelf beschadigd, waardoor gesloten plaatsing noodzakelijk werd geacht. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en stemt in met de hulpverlening, hoewel zij de voorkeur geeft aan een zo spoedig mogelijke terugkeer van haar kind naar huis.
De kinderrechter oordeelt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het risico dat de minderjarige zich aan de hulpverlening zou onttrekken. De machtiging wordt verleend voor zes weken, waarna een tussentijdse evaluatie plaatsvindt om te bepalen of verlenging nodig is. Het doel is uiteindelijk terugkeer naar huis, mogelijk via een open groep, met inzet van hulpverlening door Team Inverbinding van Enver.