ECLI:NL:RBROT:2023:6429

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
C/10/659011 / JE RK 23-1314
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaanbieder

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 7 juni 2023 om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2007, die sinds december 2019 bij familie verbleef onder een machtiging. Deze plaatsing verliep aanvankelijk goed, maar door ontstane spanningen werd een nieuwe plek gezocht bij een jeugdhulpaanbieder, waar het inmiddels goed gaat.

De kinderrechter heeft de zaak op 21 juni 2023 mondeling behandeld, waarbij de verzoeker en belanghebbenden niet verschenen, maar de minderjarige wel haar mening kon geven. De rechter oordeelde dat de machtiging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, conform artikel 1:265b BW.

De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 22 november 2023 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking is op 10 juli 2023 schriftelijk vastgelegd en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaanbieder verleend tot 22 november 2023.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/659011 / JE RK 23-1314
Datum uitspraak: 21 juni 2023

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[kind01],

geboren op [geboortedatum01] 2007 te [geboorteplaats01], hierna te noemen: [kind01].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01],

[naam02],

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02].

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van
7 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 7 juni 2023.
Op 21 juni 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
De GI en de belanghebbenden zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
[kind01] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken.

De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind01].
[kind01] verblijft op een groep van Enver, [naam groep01].
Bij beschikking van 2 mei 2018 is [kind01] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 22 november 2023.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 november 2022 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in het netwerk, te weten bij de oom en tante moederszijde, verlengd tot 22 november 2023.

Het verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaar-verklaring bij voorraad.

De beoordeling

Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
Uit de stukken blijkt dat [kind01] sinds december 2019 met een machtiging tot uithuisplaatsing bij haar oom en tante moederszijde heeft verbleven. Deze plaatsing is lange tijd goed gegaan. Op enig moment zijn spanningen ontstaan waardoor de GI een plaatsing van [kind01] elders heeft onderzocht. De ouders en [kind01] stonden hier ook achter. Er is een plek gevonden voor [kind01] op een leefgroep van Enver. [kind01] verblijft daar inmiddels sinds begin mei 2023 en het gaat daar goed met haar.
De kinderrechter zal het – niet weersproken – verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder toewijzen, omdat dit in het belang van de verdere ontwikkeling van [kind01] is.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 21 juni 2023 tot 22 november 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2023 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.H. Harders als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.